Zonzeel1-2
 
(Advertentie)
(Advertentie)

lijnpuzzel tellen tot 10

vormenpuzzel

dieren tellen

memory vormen

ballonnen tellen

rijtjes maken dobbelstenen

doolhof tellen

vormpuzzel lente

lente rijtjes maken dobbelstenen

serieren / lente

getalbeeld

mozaiek spiegelen

tempe zoeken - tellen

mozaiek tellen

rijtjes maken - dobbelsteen

rijtjes maken - getallen

memory - tellen

telraam

memory vingers tellen

wolken sommen tot 10 - 20

memory vingers tellen

memory sommen

zoeknummers

reeksen maken cijfers

reeksen maken getallen

memory vormen tellen

lente zoeker getallen

lente memory tellen

lente rijtjes maken getallen

lente rijtjes maken dobbelstenen

serieren

tellen - rangorde

rijmen

tellen - aantal

mozaiek spiegelen

mozaiek sommen

schuttervis sommen

doolhof - kleuren (engels)

verliefde harten

 

memory schaduwen (dieren)

zoeker - vormen

legpuzzels

linkpuzzel schaduwen (dieren)

rijmen

lente gummen

lente kleurplaat

muziek maker

mozaiek maken

draaipuzzels

lijnpuzzel tellen tot 10

doolhof kleuren

doolhof voedsel

doolhof dieren

koningspuzzel vorm

memory: gezond eten

memory: sport en bewegen

zoeker letters

lente lijnpuzzel

boter kaas en eieren

simon says

koningspuzzel leg

 

(Advertentie)

-Een toren bouwen met lego. Wie maakt de hoogste toren?

-Maak 10 torens met lego. Een toren van 1 blokje, een toren met twee blokjes enz. Schrijf er cijfers bij.

-Sorteer lego op kleur. Maak torentjes van 5 hoog. Hoeveel torens kun je maken?

-Dobbelen en bouwen met lego. Gooi met een dobbelsteen en pak evenveel blokken als gegooide ogen. Wie bouwt de hoogste toren?

-Cijfers maken met lego.

-1-2-3 plakt. Ga op zoek naar 10 dieren/auto´s. Laat iemand een dier in gedachten nemen. Tel totdat je het juiste dier aanwijst. De ander zegt dan ´plakt´.

-Cijfers meppen. Schrijf de cijfers (1 t/m 12) op een papiertje. Een ander zegt een cijfer en jij probeert op het juiste cijfer te meppen met een vliegenmepper.

-Zet alle schoenen uit de kast op een rij van klein naar groot.Hoeveel paar schoenen hebben jullie?

-Pak een stok kaarten en haal de kaarten met cijfers eruit. Leg ze in de juiste volgorde.

-Zoek cijfers op verpakkingen en schrijf ze op.

-Meten is weten. Pak een meetlint en meet je lichaamsdelen. 

-Meten is weten. Neem een bol wol en meet de tafel, bank etc. af. Sorteer de draden van kort naar lang.

-Eierdoos tellen. Hoeveel eieren zitten er in een doos? Haal er 2 uit. Hoeveel zitten er dan in de doos? etc.

-Tel alle lampen in huis. Schrijf het antwoord op.

-Lief lieveheersbeestje. Liedje Sesamstraat zie box liedjes

-Speel een gezelschapsspel met een dobbelsteen.

 -Passen en meten met flessen en bekers.

-Hoeveel klokken, wekkers, horloges hebben jullie thuis?

-Kaartspel pesten.
-Ga in huis op zoek naar spullen die vierkant zijn. Leg deze van groot naar klein.

-Watje blazen. Neem een rietje en een wattenbolletje. Maak een begin en een eindlijn. Ga op de grond liggen en blaas met je rietje net voor het watje. Hoe vaak moet je blazen voordat je rietje over de eindlijn is?

-Bekers stapelen. Heb je tien bekers? Zet er vier onderaan, drie erop, twee daarop en de laatste bovenop. Je doet je ogen dicht en laat iemand bekers wegpakken? Hoeveel bekers zijn er weg?

-Drijven en zinken.

-Een minuut heeft 60 tellen. Wat kun je in 1 minuut allemaal doen. Kun je je naam schrijven? 
-Spiegelen met spullen. Maak een lange lijn in de woonkamer of in de tuin met een springtouw of met stoepkrijt. Leg spulletjes neer en spiegel ze naar de andere kant. Er ontstaat een mooi kunstwerk.
-Cijferdoolhof.

-Meten, Pak een schoen van pape en een schoen van jezelf. Meet de bank met beide schoenen. Hoe vaak past de schoen van papa en hoe vaak die van jou?

 

-Tellen en doorgeven van sneeuwballen. Frommel een wit A-4tje tot een prop (sneeuwbal). Je geeft de bal om en om door enzegt steeds een cijfer. Jij zegt 1, kind zegt 2, jij 3 etc. Tot hoever kun je tellen?

Je kunt het ook oefenen met terugtellen.

-Leg 5 kopjes ondersteboven naast elkaar. Tel de kopjes. Leg onder 1 kopje een sneeuwbal (papieren propje). Waar heb je het verstopt? Onder het eerste, tweede....?

-Tellen met lepeltjes; Neem 12 lepeltjes of andere kleine voorwerpen. Maak er groepjes van. In welk groepje liggen er meer, minder, de minste, meeste of evenveel?

-Wie gooit de hoogste kaart, die mag ze allebei hebben.

-Oliebollen maken; gebruik klei of zand en maak grote oliebollen en kleine oliebollen. Leg ze van groot naar klein. Versier ze met kraaltjes of andere versiersels.

-Tellen met wattenschijfjes; schrijf de cijfers t/m 10 op aparte papiertjes. Leg daar de wattenschijfjes bij. Misschien kun je ook al sommen maken.

-Verzamel alle sjaals, mutsen, wanten en handschoenen en gooi ze op een hoop. Ga ze vervolgens sorteren en tellen. Waar heb je de meeste of de minste van. Schrijf er de cijfers bij.

-Meten; hoeveel potloden passen er aan de lange kant van de tafel? Je kunt dit ook buiten doen en dan met voetstappen.

-Sneeuwvlokken omcirkelen in groepjes van twee of vijf.

-Reeksen maken; knip 3 of 4 verschillende vormen uit vouwblaadjes. Een cirkel, vierkant, rechthoek, driehoek. Knip elke vorm 6 keer. Dat kan in verschillende kleuren. Maak er steeds verschillende reeksen van.

-Knippen van cijfers uit tijdschriften.

-Hoeveel tellen kun jij op 1 been staan? Een bal omhoog gooien en vangen? Hoe lang duurt het voor je van de glijbaan af bent? In hoeveel tellen loop je de trap op?

-Waar ken jij deze cijfers van? Welke cijfers hebben voor jou een betekenis? Dat vakje mag je kleuren. Bijvoorbeeld; mama is 34, ik ben 5 jaar. ik woon op 67. Je hebt hiervoor een honderdveld nodig.

-Doolhof bouwen met lego of duplo blokken.

-Het grote telspel. Zie bijlage.

-Net zo groot als....ik. zoek drie voorwerpen die bij elkaar ongeveer jouw lengte hebben.

-Maak een staafdiagram wat je vandaag allemaal eet en drinkt. (snoep-koek-drinken-zoet beleg-hartig beleg)

-Vormen zoeken; ga in huis op zoek naar voorwerpen met de volgende vormen: cirkel, vierkant, driehoek, rechthoek, ovaal. Van welke vorm heb jij er de meeste gevonden?

-Welk getal is bedekt? Je hebt kaartjes nodig met cijfers. Laat iemand een cijfer afdekken. Welk cijfer is er weg?

-Bouwen op een plattegrond met lego of duplo.

-Leg met sjaals mutsen etc. jouw huisnummer.

-Ik zie, ik zie wat jij niet ziet....een kleur, een vorm.

-Verander iets aan jezelf en laat een ander raden.

-Kookwekker instellen op 2 minuten en verstoppen. Vind je hem binnen de tijd terug?

(Advertentie)

Maak een puzzel

00
00
00
00
00
10
Timer
00
15
00
Timer
00
00
00
Alarm
Uur
Minuten
Seconden
00
00
10
00
00
10
Alarm
Uur
Minuten
Seconden
(Advertentie)

-Letterfilmpje letter K.

-Ga op zoek naar voorwerpen die beginnen met de letter k.

-Zoek in tijdschriften/folders naar de letter k. Knip ze uit en plak ze op.

-Letterfilmpje letter L.

-Zoek in tijdschriften/folders naar de letter l. Zet er een rondje om.

-Maak de letter l met je lichaam of met andere voorwerpen.

-Letters meppen. Schrijf letters op een blaadje. Laat iemand eenletter noemen en sla zo snel mogelijk met een vliegenmepper op de letter die je hoort.

-WePboek; Nippertje

-WePboek; Schatje en Scheetje

-WePboek; Bang mannerje

-WePboek; Wiebelbillenboogie

-Speuren naar de letter ei in tijdschriften/folders.

-Wat is er weg?Zoek 10 voorwerpen. Benoem deze en leg er een doek overheen. Haal een voorwerp weg. Wat is er weg?

-Rijmen. Bedenk samen rijmwoorden. Rijm op poes, koek, mes, vaas.

-Letterjungle.

-Werkblad letters.

-Poppenkast spelen. Pak je knuffels en/of poppen. Bedenk een leuk verhaaltje. Ga achter de bank, een tafel of een kastje zitten en speel poppenkast.

-Werkblad zoek de letter V (grafiek).

-Samengestelde woorden; van 2 woorden 1 woord maken. Suiker en klont is samen suikerklont. W.c. en papier is samen w.c.papier. Probeer woorden voorwerpen bij elkaar te zoeken die samen een woord vormen.
-Welk woord hoor je? Bedenk woorden die uit drie letters bestaan bv. mes, doek, kop, kaas, zout, maan, roos, raam. Zeg vervolgens m-e-s. Je zegt niet het woord alleen de klanken. Het kind zegt het woord. Je kunt dit ook tijdens het eten doen.
-De kakelbonte kameleon - Eric Carle.

-Ga in een folder op zoek naar de lettet V. Knip het uit en plak het op.

 

-Winterwoordenslang. zeg een woord wat met de winter te maken heeft. Mama/papa of iemand anders zegt jouw woord en zegt er een ander woord bij. Dit herhaal je steeds. Hoeveel woorden kun je onthouden? Ik weet een woord over de winter en het is sneeuw. De volgende zegt; ik weet een woord over de winter en het is sneeuw en sjaal. Volgende zegt; sneeuw, sjaal en jas.

-Wat hoort bij de winter? Verzamel allerlei winterse voorwerpen en kledingstukken. Hoe heten ze en vertel wat over de voorwerpen.

-Wepboek de grote treinreis.

-Drie woorden nazeggen. Lukt dit...dan mag je er vier nazeggen.

-Rollen maar.

-Sneeuwpop leggen in de juiste volgorde.

-Winterwoorden schrijven.

-Rijmen om en om.

-Zoek voorwerpen in en om het huis waar je de letter W in hoort.

-Leg de eerste letter van je naam met spullen die je in huis kunt vinden.

-Wat is het? Geef een omschrijving van een voorwerp en laat raden wat het voorwerp is. Bijvoorbeeld; het is scherp, je kunt er mee snijden (mes). Je kunt erin praten en je houdt het bij je oor (telefoon). Je kunt erop zitten en het staat onder de tafel (stoel).

-De letter W maken; maak op zoveel mogelijk verschillende manieren de letter W na.

-Pak je lievelingsboek en laat mama hieruit voorlezen.

-Letters herkennen op verpakkingen; kijk in de keukenkast naar verpakkingen. Welke letters ken je al? Kun je ze ook schrijven?

-Letters zoeken in een boek; schrijf je naam op een blaadje en ga kijken of je deze letters kunt vinden in een boek.

-Luisteren naar geluiden; pak een pan en bestek. Vraag je kind de ogen te sluiten. Ga op een plek in de woonkamer staan en maak geluid. Het kind wijst in de richting waar jij staat. 

Je kunt ook dierengeluiden maken. Welk dier heb jij gehoord?

-Letterspeurtocht voor binnen of buiten.

-Papegaaienspel; lange (gekke) woorden nazeggen. Piekharenkappertje, kabouterklapstoeltje.

-Tegenstellingen; je doet smen de opdracht. De een gaat staan en de ander doet het tegenovergestelde die gaat zitten. Je tikt zacht op de grond-stampt op de grond. Hardpraten - zacht praten.

-Letter L kleien.

-Schrijf en versier je naam.

-Kleedjes knippen.

 

-Plak en knip een sneeuwpop.

-Maak een tekening over de winter.

-Potlood klimmen.

-Stippen maken op keukenrolpapier.

(Advertentie)
(Advertentie)

-Lammetje scheuren.

-Paasei stempelen.

-Vliegtuigjes vouwen.
-Hart vouwen voor moederdag.

-Bloemen stempelen en schilderen met een vork.

-Bootjes vouwen.

-Knutsel een dier van een w.c. rol.

 

-Sneeuwpop knippen.

-Wanten maken.

-Kleine boekenleggers vouwen.

-Boekenlegger vouwen van drie evenlange repen.

-Knikkerbaan van w.c. rolletjes

-Touwtje springen.

-Overgooien met de bal met iemand samen of tegen de muur.

-Maak een beweegparcours met tafel, stoel, fietsje.

-Heksensoep maken.

-Hinkelen op een hinkelpad.

-Schaduw tekenen met stoepkrijt op de stoep.

-Teken cirkels met stoepkrijt op de stoep. Probeer er een voorwerp in te gooien. Of schrijf er cijfers in en gooi dan een voorwerp. Hoeveel punten gooi jij?

-Teken een weg met stoepkrijt.

-Verven met water en een kwast op de stoep.

-Bouw van plastic bekers een toren. In hoeveel beurten gooi je deze toren om met een bal?

-Werpspel met doppen. Net als het spel jeu de boules.

-Verzamel 10 takjes en leg ze van lang naar kort of van dik naar dun.

-Huisnummerbingo.

-Passen en meten met flessen en bekers.

-Gooi en beweeg.

-Bellen blazen. Welke bel gaat het hoogst?

-Flessenvoetbal.

-Kriebelbeestjes zoeken.

-Workout met Nathan Rutjes. Voor meerdere filmpjes zie box ´sporten´.
-Bloemenkrans of ketting maken van madeliefjes.
-Verstop een schat in de tuin. Geef aanwijzingen met links, rechts, rechtdoor of warm, koud.

-Tel hoe vaak je kunt hinkelen. Hoeveel tellen kun je op je rechterbeen staan en op je linkerbeeen?

-Spel met kranten. Loop vanaf de achterdeur naar de schuur en gebruik 2 kranten. Ga met twee voeten op 1 krant staan. Leg de andere krant voor je neer en ga daar dan op staan. Ga zo verder. Hoe vaak moet je de krant verleggen?

-Bowlen met flessen. Zet 6 (meer of minder kan ook) flessen bij elkaar. Ga 5 meter verder staan en probeer de flessen om te gooien met een bal. De flessen staan wat steviger als je ze vilt met wat water. Je kunt er ook cijfers opplakken. Tel de cijfers van de omgegooide flessen bij elkaar op.

-Wandelen en op zoek naar kleuren. Kies vooraf een kleur. Maak een wandeling en ga op zoek naar die kleur. Hoeveel voorwerpen heb je met die kleur gezien?
-Wandelen en op zoek naar putdeksels. Neem papier en wasco ofpotloden mee. Zoek een putdeksel en leg je papier erop. Wrijf met je wascokrijtje over het papier. Het patroon van de putdeksel verschijnt. Je kunt ook in huis op zoek gaan naar structuren. Het kan ook met euromunten. 
-Kriebelbeestjes-bingo.
-Spoorzoekertje.

-Teken met stoepkrijt een Vlinder. Op zijn Vleugels zitten Vier stippen en Vijf strepen.

 

-Op zoek naar vormen in de omgeving. Wandel een rondje door het dorp/wijk. Ga op zoek naar vormen. Denk aan een deur, een raam, verkeersborden. 

-Stuiteren met een bal op de grond en opvangen, gooien tegen een muur, stuiteren en opvangen. Probeer het ook met een kleine bal. Hoeveel keer lukt het al?

-Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet en het is....naast de schuur, onder de tafel, op het dak.

-Geluidenspeurtocht.

-Sprintje trekken.

-Lantaarnpalen tellen; tel de lantaarnpalen in de buurt. Bij elke lantaarnpaal zetten de kinderen een streepje op een papier. Na 4 streepjes zetten ze het vijfde streepje dwars over de 4. Turven.

-Route lopen; zoek een plattegrond op van een plaats waar je een route wil lopen. Teken een route en ga deze aan de hand van de plattegrond lopen.

-Klimmen, klauteren, hardlopen, duikelen, voetballen maak 30 minuten vol met bewegen.

-Coco je kan het. Dansje.

-Klap klap stap stap. Bewegen en dansen.

-Rondje fietsen.

-Bewegen met vormen. Storyzoo.

-Gooien en tellen; maak een rij met potjes en pannetjes. Schrijf bij ieder potje een cijfer. Pak een zachte bal of een paar sokken. Gooi vanaf een lijn het balletje in een pot. De pot die het verst staat daar krijg je de meeste punten voor. Hoeveel punten scoor jij?

-Beweegbingo.

-Afwassen

-Was sorteren op kleur.
-Tafel dekken.

-Sorteer alle sokken uit de wasmand en maak er paren van.

-Tuin vegen.

-Plantjes water geven.

-Kamer opruimen.

-Was en poets je fiets.

-Glas naar de glasbak brengen.

 

-Nieuwjaarsschoonmaak; maak met een sopje je speelgoed weer lekker schoon en fris.

-Blaadjes en of rommel bij elkaar vegen in de tuin.

-Dek je bed netjes op.

-Bestek sorteren.

-Geef de plantjes water.

-Stofzuigen.

-Mama helpen.